GALAPAGOS PINGUÏN


De Galapagos Pinguïn is de kleinste en enige tropische pinguïn ter wereld.

Het is een endemische vogel van de Galapagos Eilanden. Het is de enige pinguïn die op het noordelijk halfrond voorkomt. Ze zijn circa 50 cm groot en wegen gemiddeld 2,0 kilo en worden ongeveer 9,5 jaar oud.

Ze zijn gerelateerd aan de Humboldt Pinguïn die bij Peru en Chili voorkomt en aan de Afrikaanse Pinguïn (Jackass Pinguïn), die bij Zuid Afrika leeft, alsmede de Magelhaen Pinguïn die bij de Falkland Eilanden zit.

De Galapagos Eilanden liggen rondom de evenaar. Enkele eilanden liggen op het Noordelijk halfrond en een aantal ten zuiden van de evenaar. Het warme en tropische klimaat is totaal anders dan waarin de grotere soorten pinguïns in de wereld  leven.

Ze leven in relatief kleine kolonies, dat in tegenstelling tot hun soortgenoten elders op de wereld.

Voor de westkust van Zuid-Amerika stroomt een koude golfstroom, de zogenaamde Humboldt-stroom (genoemd naar de Duitse geleerde Alexander von Humboldt). Deze koude stroming komt uit het Antarctisch gebied en volgt de kust van Zuid-Amerika doordat net hier een diepzeetrog loopt.

Die diepe kloof in de oceaanbodem is ontstaan doordat hier twee tektonische platen tegen elkaar aanbotsen en onder elkaar schuiven. Dat zorgt aan één kant voor een enorm diepe kloof in de oceaanbodem, aan de andere kant voor het ontstaan van het Andes-gebergte. Deze twee fenomenen zorgen ervoor dat we hier zowat het grootste niveauverschil ter wereld kunnen terug vinden, van het diepste punt van de trog tot het hoogste punt van de Andes ligt ongeveer 14 à 15 km hoogteverschil. De koude stroom blijft dus als het ware een heel eind deze diepzeetrog (de zogenaamde Chili-Peru-trog) volgen, totdat die, ter hoogte van zuidelijk Ecuador westwaarts afbuigt.

In deze zeestroom bevinden zich de belangrijkste voedselbronnen voor de Galapagos Pinguïn n.l. ansjovis, sardines en zeebarbeel.

Er wordt gedacht dat de Galapagos Pinguïn met deze stroom lang geleden op de eilanden terecht is gekomen.

De grootste concentratie van de broedende Galapagos Pinguïn bevindt zich op de eilanden Isabela en Fernandina. Daarnaast zijn ze ook aanwezig op Floreana, Santiago en Bartolomé.

Op het land bewegen ze zich voort door te lopen of te “hoppen” over de lavarotsen. De vleugels worden een beetje gespreid en gebruikt om in balans te blijven.


In het water zijn het goede zwemmers en gebruiken ze hun vleugels als flippers waarmee ze zich goed kunnen voortbewegen.


Zoals te zien is zijn ze aan de bovenkant en rugkant hoofdzakelijk zwart en de borst is overwegend wit met hier en daar een zwarte vlek.

Dit is tevens de camouflage van de Galapagos Pinguïn. Van bovenaf gezien wanneer ze zwemmen geeft de zwarte kleur bescherming en wanneer van onder naar boven gekeken wordt in het water is de witte kleur met een  enkele vlek hier en daar een goede beschutting tegen eventuele aanvallers.

Verder is de zwarte band die over de borst loopt kenmerkend voor deze vogel.

In tegenstelling tot de meeste pinguïns heeft de Galapagos Pinguïn geen vaste broedperiode. Hun nesten worden in spleten van de lavarotsen gemaakt. Ze versieren hun nest met kleine takjes en bladeren.

Ze kunnen 2 broedsels per jaar leggen. Dat is sterk afhankelijk van de aanwezigheid van voldoende voedsel.

Vogels die eenmaal in een bepaalde kolonie broeden, blijven in 80% van de gevallen deze plaats trouw.

Galapagos Pinguïns gaan voor het broeden in de rui. Ze hebben voor die tijd dan voldoende vet opgebouwd.

De ruiperiode duurt circa 14 dagen en in die periode neemt hun gewicht met 40% af.

De mannetjes zijn groter dan de vrouwtjes en hebben duidelijker uiterlijke kenmerken en zijn meer rose aan de basis van hun bek.

Galapagos Pinguïns zijn in principe monogaam. Zeker de eerste seizoenen.


Zoals gezegd kennen ze geen vast broedseizoen, maar ze broeden het meest van April tot Mei en van Augustus tot September.

De eigenschap dat ze het hele jaar door kunnen broeden komt waarschijnlijk doordat ze zich aan de omstandigheden hebben aangepast. De beschikbaarheid van voedsel in bepalend

Het vrouwtje legt over het algemeen 1 à 2 eieren met eventueel een tussenpose van 4 dagen. Het broeden duurt 35 tot 40 dagen.

Nadat de eieren zijn uitgekomen blijft één ouder altijd bij het nest terwijl de ander voedsel gaat zoeken. Dat duurt ongeveer 3 weken waarna beide ouders voedsel gaan halen. De kuikens eten gemiddeld 20 vissen op een dag en verlaten na 60 dagen het nest. Een paar maanden later zijn de jongen in staat zichzelf te voeden.

De temperatuur van het zeewater aan de oppervlakte ligt bij de Galapagos Eilanden tussen de 15 en 28 graden Celcius. Als de temperatuur van het water stijgt vermindert dat de aanwezigheid van hun voedsel. Bij een temperatuur van het water van 25 graden Celsius of hoger zal de Galapagos Pinguïn niet gaan broeden.

De stijging van het zeewater gebeurt voornamelijk tijdens een El Niño seizoen. Als er zich een El Niño voordoet stellen de Galapagos Pinguïns het broedseizoen uit.

Tijdens een El Niño jaar worden namelijk de koele voedingsrijke stromen langs de kust van Chili en Peru vermengt met de warme en voedselarme stromen van de Stille Oceaan.

Hierdoor daalt de primaire voedselaanwezigheid, die door werkt in de keten, Voedseltekorten ontstaan voor veel soorten, die afhankelijk zijn van de oceaan zoals de Galapagos Pinguïn.

De Galapagos Eilanden hebben ongeveer iedere 7 jaar te kampen met El Niño. Dan stijgt de temperatuur van het oceaanwater tot boven de 30 graden Celcius.

De vissen trekken zich terug in dieper water om verkoeling te zoeken en dat betekent dat de Galapagos Pinguïns geen voedsel kunnen vinden en  daarmee en masse sterven.

Indien de temperatuur weer zakt tot onder 24 graden Celsius komt er weer voldoende voedsel in het water en zullen de Galapagos Pinguïns weer broeden.

El Niño is een gevolg van de opwarming van de aarde en wordt dus door mensen veroorzaakt. Die opwarming heeft dus een enorme invloed op het voortbestaan van de Galapagos Pinguïn.

Begin jaren ‘70 van de vorige eeuw waren er tussen de 6.000 en 15.000 Galapagos Pinguïns op de eilanden.

Vooral de El Niño van 1982/83 trof de Galapagos Eilanden bijzonder hard.

Als gevolg daarvan kwam circa 77 % (!) van de gehele Galapagos Pinguïn populatie door verhongering om.

In het seizoen 1997/98 sloeg El Niño wederom toe waarbij 2/3 van de resterende populatie stierf.

De mens is de veroorzaker van deze ramp!

Sindsdien is de populatie weer langzaam gegroeid.

Een telling van 2005 liet een totaal aantal van 1800 zien.

De schatting momenteel is dat er nog circa 2000 over zijn.

Tot de natuurlijke vijanden van de pinguïns behoren ook krabben, slangen, uilen en buizerds. De slachtofferaantallen hiervan zijn relatief laag.

De menselijke factor is echter de grootste oorzaak van het uitsterven.

Het is een breekbaar ecosysteem en een zeer wankel evenwicht. Reden ook waarom deze vogel met uitsterven wordt bedreigd en op de rode lijst staat.

De vogels foerageren hoofdzakelijk in het zeegebied dat westelijk van de archipel ligt.


Ze vissen dicht onder de kust (60meter) en zwemmen onder de school vissen door en vervolgens gaan ze snel omhoog te zwemmen. De vangen meestal hun prooi aan de buitenkant van een school vissen.

Door het warme klimaat en de felle zon kunnen de pinguïns oververhit raken.

In het water vinden ze verkoeling. Op het land is dat anders.

Daar proberen ze de hitte verminderen door met hun flippers te wapperen en met de zeewind hun temperatuur te verlagen. De flippers worden ook gebruikt om schaduw op hun poten te krijgen en ze zodoende te beschermen.

Er is een uitgebreid beschermingsprogramma gestart om de Galapagos Pinguïn van uitsterven te behoeden.

Bron: Openbare informatie op internet en eigen waarnemingen.

Foto’s Copyright Dries Crama. All rights reserved

Kijk ook op www.galapagosconservation.org.uk